De wet op het eenheidsstatuut heeft in principe vanaf 1 januari 2014 eenvormige opzegtermijnen ingevoerd die van toepassing zijn op alle werknemers (Wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, hierna: Wet Eenheidsstatuut, B.S. 31 december 2013).

Also available in French.

Voor bepaalde werknemers werden echter uitzonderingen gemaakt. Die uitzonderingen gelden voor welbepaalde sectoren, hoofdzakelijk het bouwbedrijf (PC 124), en is in principe tijdelijk - met name tot 31 december 2017.  Doch voor een aantal werknemers is deze afwijking niet tijdelijk maar permanent. De afwijkende opzeggingstermijnen blijven ook na 1 januari 2018 van toepassing op de werkgevers en de werknemers in bepaalde gevallen (art. 70 § 4 Wet Eenheidsstatuut). Tevens worden bepaalde werknemers uitgesloten uit het toepassingsgebied van de ontslagcompensatievergoeding (art. 97 Wet Eenheidsstatuut).

In een arrest van 17 september 2015 heeft het Grondwettelijk hof daar nu anders over beslist. Deze permanente afwijking is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Vanaf 1 januari 2018 zullen dus ook voor deze werknemers de gewone opzegtermijnen van toepassing zijn. Art. 97 werd tevens vernietigd. De huidige gevolgen van de vernietigende bepalingen blijven gehandhaafd tot 31 december 2017 (Gwh 17/09/2015, nr. 116/2015).