In 2014 zijn er weer een aantal interessante uitspraken gedaan over het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 75 van de Flora- en faunawet. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van deze jurisprudentie. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) Bestemmingsplan en Ffw; (2) Onderzoeksrapporten; (3) Relativiteitsvereiste en Ffw; ( 4) Vaste rust- en verblijfplaatsen; en (5) Handhaving.

Op basis van een analyse van de uitspraken zijn de volgende aanbevelingen te formuleren:

  1. In het kader van een bestemmingsplan wordt door de bestuursrechter marginaal getoetst aan de Ffw, zorg echter wel dat er op een goede manier onderzoek is verricht naar de gevolgen van het bestemmingsplan op de aanwezige flora en fauna;
  2. In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het niet nodig een voorwaardelijke verplichting te stellen mits door middel van uitvoeringsovereenkomsten eenzelfde resultaat is gegarandeerd;
  3. Verricht volledig en voldoende onderzoek;
  4. Voer dat onderzoek ook uit in de juiste periode (let op winterslaap, broedseizoen);
  5. Zorg dat de aanwijzingen uit een onderzoek dat aan een besluit ten grondslag wordt gelegd worden opgevolgd, voer bijvoorbeeld vervolgonderzoek uit;
  6. Maak gebruik van deskundige adviesbureaus/adviseurs;
  7. Als er een beroep wordt gedaan op een kwalitatief slecht, of onjuist verricht onderzoek, maak dan gebruik van een eigen deskundige die een contra-expertise opstelt welke in de procedure kan worden ingebracht. Zorg dat de deskundige niet vergeet alles in het rapport dat aan het besluit ten grondslag ligt te weerleggen.
  8. Het relativiteitsvereiste strekt zich in het kader van de Ffw uit tot de directe leefomgeving van een ieder.
  9. Alleen als de foerageergebieden en vliegroutes samenvallen met de vaste rust- en verblijfplaatsen als bedoeld in art. 11 Ffw dan kan de verstoring van die gebieden beoordeeld worden op grond van art. 11 Ffw. Ook indien er sprake is van functieverlies van het foerageergebied wordt er aangenomen dat de vaste rust- of verblijfplaats wordt ‘verstoord’ of in ieder geval dan wordt die locatie meegenomen bij de beoordeling ex artikel 11 Ffw.
  10. Als het bevoegd gezag niet zelfstandig een Ffw-ontheffing kan verlenen dan kan een last onder dwangsom geen impliciete Ffw-ontheffing inhouden.
  11. De Habitatrichtlijn verplicht niet slechts tot het voorzien in een rechtskader dat het nalaten van overtredingshandelingen bevat, maar ook handelingen die leiden tot het herstel van de soort. Dit heeft tot gevolg dat een herstelsanctie (art. 5:21 Awb) kan worden opgelegd als de Ffw is overtreden.

Het artikel van Annemarie Drahmann (Stibbe) en Fleur Onrust (ENVIR), dat is gepubliceerd in JFf 2015/28, kunt u hier lezen.