Op 18 december 2015 deed de rechtbank Amsterdam einduitspraak in de zogenaamde Aldi-zaak waarover wij al eerder een blogbericht schreven. De eindconclusie van de rechtbank luidt dat de Aldi-filialen met succes hebben bestreden dat de terugverdientijd van de opgelegde energiebesparende maatregelen – permanente afdekking voor verticale koelmeubelen – korter is dan vijf jaar. Hierdoor heeft het bevoegd gezag geen bevoegdheid om tot handhaving over te gaan. Er is geen sprake van een overtreding van artikel 2.15 Activiteitenbesluit. Dit artikel bepaalt kortgezegd dat een drijver van een inrichting (waaronder ook een supermarkt wordt verstaan) alle energiebesparende maatregelen moet treffen die zich binnen vijf jaar tijd terugverdienen.

Nu er tegen deze einduitspraak hoger beroep is ingesteld houden wij u op de hoogte van de hoger beroepszaak.

Lessen uit de uitspraak voor de praktijk

Deze uitspraak leert ons het volgende over de situatie waarin een drijver van een inrichting wordt geconfronteerd met een handhavingsbesluit op basis van artikel 2.15 Activiteitenbesluit:

  1. Het is primair aan het bevoegd gezag om een gestelde bevoegdheid tot handhaving van artikel 2.15 Activiteitenbesluit te concretiseren;
  2. In beginsel kan het bevoegd gezag zich daarvoor baseren op algemene branchegegevens om de terugverdientijd van een opgelegde maatregel te bepalen;
  3. Wanneer de exploitant van een bedrijf (‘een inrichting’) echter komt met een rapport waaruit blijkt dat de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, moet het bevoegd gezag gemotiveerd op dit rapport ingaan, en zijn algemene branchegegevens niet voldoende;
  4. Uit de reactie van het bevoegd gezag op het rapport van de exploitant moet voldoende concreet volgen dat de terugverdientijd minder bedraagt dan vijf jaar. In het geval de terugverdientijd ook langer kan zijn dan vijf jaar, bestaat geen bevoegdheid tot handhaving.

Dit betekent dat het voor een exploitant kan lonen om de terugverdientijd gemotiveerd te betwisten met een tegenrapport, zeker op het moment dat de terugverdientijd volgens het bevoegd gezag vlak onder de vijf jaar ligt. De terugverdientijd is immers van vele factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld de energieprijs. Als uit het onderzoek van de exploitant blijkt dat de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, is het aan het bevoegd gezag om aan te tonen dat de terugverdientijd wel korter is dan vijf jaar. Slaagt het bevoegd gezag niet in deze taak, dan heeft het geen bevoegdheid om tot handhaving op basis van artikel 2.15 Activiteitenbesluit over te gaan. `

Voor de volledigheid wijzen wij erop dat voornoemde uitgangspunten enigszins anders zijn, als het bevoegd gezag de exploitant van een inrichting verplicht een zogenaamde erkende maatregel uit bijlage 10 van de Activiteitenregeling te implementeren. Deze erkende maatregelen worden in elk geval geacht zich binnen vijf jaar tijd terug te verdienen. Voor de supermarktbranche zijn overigens nog geen erkende maatregelen opgenomen.

De bloglezers die geïnteresseerd zijn in meer details over het oordeel van de rechtbank, kunnen in het vervolg van dit blogbericht meer lezen.

Wat zei de rechtbank in 2014 ook alweer?

In de tussenuitspraak van december 2014, oordeelde de rechtbank dat het bevoegd gezag de terugverdientijd in beginsel mag berekenen op basis van (algemene) branchegegevens, maar dat wel tegenbewijs geleverd kan worden door de drijver van de inrichting.

Zodra de drijver van een inrichting (door middel van een rapport) met tegenbewijs komt en gemotiveerd aanvoert dat de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, dan moet het bevoegd gezag gemotiveerd op het tegenbewijs in gaan. Er mag dan alleen tot handhaving worden overgegaan als het bevoegd gezag onderbouwt dat de terugverdientijd, ook op individueel niveau, toch korter is dan vijf jaar. In dit geval waren de handhavingsbesluiten op dat punt onvoldoende gemotiveerd. Door middel van een tussenuitspraak kreeg het bevoegd gezag de mogelijkheid om alsnog op de rapporten van de Aldi-filialen in te gaan, en aan te tonen dat de terugverdientijd van de opgelegde maatregelen korter is dan vijf jaar.

Wat is er sindsdien gebeurd en wat beoordeelt de rechtbank Amsterdam in deze recente zaak?

Het bevoegd gezag heeft nader onderzoek laten verrichten naar de terugverdientijd van de afdekking van de koelmeubelen (in casu dubbelglasdeuren). Volgens deze onderzoeken bedraagt de terugverdientijd voor de betrokken Aldi-filialen normaal gesproken minder dan vijf jaar, echter in sommige gevallen langer dan vijf jaar, bijvoorbeeld als de stroomprijs daalt. Het bevoegd gezag acht dat scenario evenwel niet waarschijnlijk en gaat ervan uit dat opgelegde maatregelen voor elk Aldi-filiaal zich binnen vijf jaar tijd terugverdienen. De Aldi-filialen hebben naar aanleiding van deze onderzoeken een eigen onderzoek in de procedure gebracht. Uit het (aanvullende) onderzoek van de Aldi-filialen blijkt (wederom) dat de terugverdientijd voor ieder Aldi-filiaal langer is dan vijf jaar.

De rechtbank gaat vervolgens na of het bevoegd gezag voldoende heeft aangetoond dat de opgelegde maatregelen zich binnen vijf jaar tijd terugverdienen waarmee een bevoegdheid bestaat om over te gaan tot handhaving.

Volgens de rechtbank is dat niet het geval. De rechtbank merkt op dat zij begrijpt dat het verkrijgen van absolute zekerheid wellicht niet mogelijk is, maar geeft aan dat het primair aan het bevoegd gezag is om de gestelde bevoegdheid tot handhaving te concretiseren. Het is volgens de rechtbank niet aan de Aldi-filialen om het ontbreken van een dergelijke bevoegdheid aan te tonen. Nu de door het bevoegd gezag berekende terugverdientijd voor vijf filialen valt binnen een bandbreedte waarvan de maximaal berekende terugverdientijd (de hoogste waarde) boven de vijf jaar ligt, bestaat in ieder geval in die vijf gevallen serieuze twijfel of verweerders bevoegd waren handhavend op te treden. Ten aanzien van de Aldi-filialen waar, volgens het rapport van het bevoegd gezag de terugverdientijd altijd minder dan vijf jaar bedraagt, oordeelde de rechtbank dat ook geen bevoegdheid bestaat om tot handhaving over te gaan. De Aldi-filialen hebben namelijk met succes aangevoerd dat in het rapport onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd bij het berekenen van de terugverdientijd. Van een overtreding van artikel 2.15 Activiteitenbesluit was daarom geen sprake.